Over de grens

Er staat een hoog ijzeren hek met een honingraten rastering. Het land aan de andere kant ziet er zo droog en dor uit dat het dorstig maakt. Hier en daar wat kale struiken worden afgewisseld met vuil zand en stenen. Aan deze kant van het hek ligt een groen glooiend grasland te glanzen in de zon. Het gras ziet er mals, sappig, vers en goed verzorgd uit. Mijn geest kan het contrast tussen het land aan weerszijden van het hek niet verwerken.
In het groene glooiende landschap staan, op een paar meter afstand van het hek, twee mensen met langwerpige tassen op een karretje, ze hebben stokken in hun hand. In het spel dat zij spelen heten dat clubs en het spel heet golf. Daarna zie ik pas dat bovenop het hek mensen zitten met hun benen schrijlings elk aan een kant van het hek. Ze houden zich stevig vast. De golfers hebben lichte kleren aan en blote benen, de mensen op het hek donkere kleren. Ze lijken het kouder te hebben omdat ze lange broeken dragen en jassen aan hebben. Ik word onrustig van deze foto alsof er gevaar dreigt. Eronder staat dat de mensen op het hek op een grens zitten en graag naar de kant willen van het groene gras. Hoe kunnen die mensen daar in vredesnaam golfen terwijl er anderen kennelijk al uren en soms dagen op een hek zitten? Hoe onmenselijk kan je zijn! De gedachte die daarop volgt, voelt als een pijnlijke pijl in mijn hart. Is dat niet precies wat ik ook doe?? Doorgaan met golfen terwijl mensen eindeloos op een hek op de grens zitten te wachten? Ik zie het alleen niet, het hek staat namelijk duizenden kilometers verwijderd van mijn leefwereld. Het is een grens die ik niet ervaar en ik ben me er niet eens van bewust dat die er is. Heb ik daarom geen verantwoording af te leggen voor deze barbaarsheid? Maar ik weet toch dat sommige mensen op vuile, dorre aarde moeten leven en anderen op zachte en vruchtbare? Het is kortsluiting in mijn hoofd. Gedachten en gevoelens schieten door me heen; ik wil dit niet, ik wil het oplossen! Het moet weg, nu! Maar het lukt niet, het is te groot, te veelomvattend. Ik sus mezelf met de gedachte dat ik doe wat ik kan in mijn eigen omgeving en dat ik toch stem op de juiste politieke partij… Zuchtend merk ik dat ik mijn aandacht op het volgende artikel in de krant probeer te richten zodat ik de foto, het hek en de mensen niet zie. Zo doe ik dat meestal. Mijn blik afwenden.

Het is de foto die er voor zorgt dat ik niet anders kan dan aandachtig blijven kijken zonder mijn ogen weg te draaien. Ik raak gebiologeerd en staar minuten er minuten lang naar, mijn blik lijkt te worden vastgezogen. Ik zie de vrouw bij het golfkarretje. Ze heeft een witte halflange broek aan, een lichtblauw poloshirt met korte mouwen en witte golfschoenen met korte witte sokjes. De club waarmee ze zo meteen gaat putten heeft ze in haar rechter hand. Er zit een witte handschoen om haar linker hand, die op weg is naar haar voorhoofd om haar ogen af te schermen tegen de zon. Al het wit tekent extra scherp af en lijkt licht te geven. Ik voel de aangename warme wind langs mijn benen en armen en ruik de geur van vers gemaaid gras. Ik ben al een beetje vermoeid en verhit want ik ben net aangekomen op de green van hole 14. Als het hek in mijn blikveld komt, verstar ik. “Oh mijn God er zitten mensen op dat hek! Wat doen ze daar?”, wil ik verschrikt uitroepen maar ik slik het in. Mijn hart slaat over, ik verkramp en knijp hard in de club, ik durf niet meer te kijken en doe snel of ik iets zoek in mijn golftas, ik hoor mijn man ook rommelen in zijn tas.
Ik wil hier weg, nu! Dit wil ik niet zien. Eén van de vrouwen op het hek begint ook nog iets te roepen naar me. Wat moet ik in godsnaam doen? Machteloos en verlamd voel ik me, net zoals wanneer ik een bedelaar negeer op straat maar dan duizend keer erger. Ik schaam me dood en zak het liefst weg in de grond. Dan overvalt me een gevoel van zelfmedelijden, mijn keel knijpt dicht en ik voel de tranen achter mijn ogen prikken. Ik werk zo ontzettend hard en heb soms alleen maar even ontspanning nodig. Mag ik dan niet eens een paar dagen zonder zorgen vakantie hebben?
Ja, dat zou wat zijn dat ik hier een potje ga staan janken terwijl die mensen daar op het hek zitten, spreek ik mezelf toe. Godsamme had die touroperator ons niet kunnen waarschuwen hiervoor? Ik zou hier nooit zijn heen gegaan als ik dit geweten had. Boos, woedend ben ik.
Wat is er verdomme aan de hand met de wereld? En waarom moet ik daarmee geconfronteerd worden? Laat me met rust! De warmte gecombineerd met de golf van emoties maken me duizelig. Het is onontkoombaar dat ik me opricht en de vrouw op het hek, die naar me roept, aankijk.

Ik word opgenomen en verdwijn langzaam in haar grote lichtbruine ogen, die nieuwsgierig en zonder oordeel naar me kijken. Hoor je me? Ik ben het, die op het hek zit en roept.
Ik ben Mirjam, ik heb slippers aan mijn voeten maar ik voel ze niet meer want mijn benen zijn verdoofd. Ik zit hier nu 8 uur op dit hek. Het is warm maar afgelopen nacht was het koud en was ik blij met mijn broek en jas die nu aan me kleven. De eerste uren waar het ergste; alles deed me pijn; mijn rug en benen, mijn armen en mijn kruis. De pijn is langzaam veranderd in gevoelloosheid. Mijn handen houden in een kramp het hek vast maar het lijken mijn handen niet meer te zijn. Ik heb het contact met mijn lichaam verloren. Het verbaast me dat ik niet van het hek val. Als ik val ik moet ik dat aan de goede kant doen, prent ik mezelf in, want dan nemen ze me misschien mee. Gedachten en beelden houden mij wakker. Mijn man stierf 2 jaar geleden pijnlijk aan kanker. We hadden geen geld meer voor medicijnen om zijn lijden te verzachten. Er was ook geen werk meer voor mij in het hotel waar ik de kamers schoon maakte en moest met mijn dochters van 11 en 13 bij mijn 75 jarige moeder intrekken. De laatste weken kon ik het niet langer machteloos aanzien dat mijn kinderen en moeder honger leden. Ik moest iets doen! En had alles geprobeerd om aan werk en geld te komen maar er zijn teveel mensen aan deze kant die wanhopig zijn. Dat zelfs mijn moeder me niet langer probeerde tegen te houden was voor mij een teken om te gaan. Honger en armoede blijken sterker te zijn dan moederliefde. De vlucht over zee leek me te gevaarlijk en ik hoorde van de hekzitters. Langs de hele grens zijn hekken geplaatst om ons buurland af te sluiten voor de vele vluchtelingen. Als je lang genoeg op het hek kunt blijven zitten of van vermoeidheid eraf valt dan schijn je kans te maken op mededogen van de andere kant. Ik heb gehoord dat ze je dan meenemen en soms mag je doorreizen naar een welvarend land, waar die vrouw die hier nu op twee meter afstand voor me op het gras staat misschien wel vandaan komt. Haar parfum bereikte me eerder dan zijzelf en ruikt aangenaam naar bloemen. Ze is van mijn leeftijd. Een gierende afgunst schiet uit mijn buik door mijn keel omhoog en voordat ik het weet roep ik naar haar. Ik ben zelf verbaasd dat het klinkt alsof ik haar vriendelijk gedag zeg omdat we elkaar hier toevallig tegenkomen. Eerst lijkt het alsof ze me niet hoort maar dan kijkt ze me aan. Haar blik doet me tot leven komen, de tintelingen trekken door mijn armen en benen en maken plaats voor pijnscheuten. Ik schaam me voor hoe ik hier zit; bezweet en vies. Het is hetzelfde gevoel als toen ik fooien aannam in het hotel waar ik werkte maar dan duizend keer erger.
De geur van vers gemaaid gras doet me denken aan gebakken brood, aan weldaad, aan een volle maag. Hoe lang is dat wel niet geleden? Dat gevoel van verzadigd zijn. Ik heb honger en dorst en voel de tranen langs mijn wangen gaan, de zoute smaak bereikt mijn lippen.

En dan valt alles even stil als in een foto. Twee werelden overbruggen een aantal meters en ontmoeten elkaar op de grens. De schaamte en tranen van beide vrouwen vermengen zich. Als vanzelfsprekend laat Mirjam zich langzaam van het hek zakken op het zachte gras en zet de golfster haar golfschoenen tegen de rastering van het hek, ze klimt omhoog en gaat op het hek zitten. Als twee danseressen blijven ze elkaar aankijken tijdens de bewegingen en knikken ze elkaar bemoedigend toe. Ze zijn anders, verschillend en ook hetzelfde, inwisselbaar. Het beeld vervaagt en het is niet meer duidelijk wie de vrouw is met de putter in haar hand en wie de vrouw is op het hek.
De zelfgemaakte kunstmatige grens, het hek, roept verzet, angst, verwarring en schaamte op. Het menselijke contact, de toenadering kan alleen gebeuren op de natuurlijke onzichtbare grenzen, die er altijd al zijn.
Mijn ogen tranen van het staren naar de foto. Of is het van iets anders?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*