Niet doen

‘Niet doen!’ brengt je meteen terug naar je kindertijd of naar je jaren als jonge ouder, waar deze twee woorden vaak op je lippen brandden. Afblijven, niet aankomen, gewoon niet doen! Het gevoel wat ik bij deze woorden heb is niet heel fijn. Bestraffend voelt het en ook afkeurend, omdat je iets doet wat vervelend is voor een ander. Het voelt als een tikje op je vinger, stom dus. Ook het ‘niet doen’ roepen naar mijn kinderen, toen ze nog klein waren, vond ik stom. Ze weten toch donders goed wat wel en niet mag?

Nu doe ik het nog steeds niet, maar dan heel anders. Misschien moet ik dit even uitleggen? Mijn hoofd staat niet snel stil en produceert van alles. Ook doe ik aan werken, solliciteren, rekeningen betalen, wassen, hardlopen, skaten, studeren, koken, stofzuigen, afwassen, pubers opvoeden, netwerken, boodschappen, huiswerk coaching, bellen, Facebook, Twitter, LinkedIn, Instagram, e-mail en nog een heleboel. Ik heb het druk!

Maar ik moet erbij vertellen, dat ik vooral automatisch druk ben. Gewoon niets doen, lummelen of hangen doe ik bijna nooit. Wel doe ik steeds vaker aan niet doen, dat maakt me rustig en ontspannen. Ik leerde het op mijn meditatiekussen. Nooit gedacht dat ik dat boeiend zou vinden, maar ik vind het echt een interessant gebeuren. Het verveelt nooit. Mijn zentraining wijst me er iedere dag weer op wat de neiging is van mijn geest. En mijn geest wil telkens doen. Meegaan in mijn gedachten, emoties en gevoelens met een onvriendelijk oordeel.

Vroeger dacht ik dat mediteren voor watjes was, voor mensen zonder hobby of voor mensen die niets beters te doen hadden. Puh, wat een vooroordeel! Nu leg ik zelfs mijn deelnemers uit dat mediteren niet een kwestie is van niets doen, maar van niet doen. Even stoppen met doorgaan en telkens terugkeren met je aandacht naar het huidige moment. Opmerken wat je bezighoudt, wat je neiging is, welke gevoelens en gedachten er zijn en vooral ook, hoe je daarmee omgaat.

Mijn zenlerares zei laatst tegen mij: ‘Maryvonne, zentraining is ja zeggen!’ Gek genoeg vond ik dit geen belerende woorden, maar ik moest er wel een poosje over nadenken. Ze had gelijk. Als je niet wil meegaan in de natuurlijke neiging van de geest om onprettige dingen af te wijzen en prettige dingen vast te houden, dan moet je ‘ja’ zeggen. Ook tegen alles wat je akelig vindt, tegen pijn, verdriet, boosheid en onmacht. Dat is best hard oefenen kan ik je vertellen, maar het lukt me steeds beter. Soms met een boel tranen. Toch komt daarna vaak een rustig gevoel, dat het oké is, precies zoals het is. Meestal, omdat het er toch al is. Het maakt me sterk.

Tegenwoordig zeg ik geregeld ‘niet doen’ tegen mijzelf, best grappig eigenlijk. Alleen dan ‘niet doen’ zonder uitroepteken! Het is meer een herinnering voor mezelf aan het stoppen met doen, aan het telkens maar doorgaan. Ik zie het als goed voor mezelf zorgen en zo voelt het ook. Niet doen, met een subtiele glimlach. Dat voelt fijn. Natuurlijk lukt dit niet altijd en komt die wijsvinger (en dat uitroepteken) er ook geregeld aan te pas: ‘Niet doen!’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*