De overlevingsmodus in actie

Vorige week met de trein van Heemstede naar Utrecht. Vlak voordat we het station van Utrecht bereikten, stopte de trein en werden we door de conducteur op de hoogte gebracht van de reden: een verdacht pakketje gevonden op het station. We houden u op de hoogte.

Ik voelde wat spanning en tegelijkertijd een gevoel van veiligheid. Hoe gek klinkt dit….Er wordt opgelet en wij zitten in ieder geval niet op de plek waar de bedreiging zou zijn. Ik bekeek mijn medepassagiers en vroeg me af wat er in  hen omging. Iedereen reageerde laconiek. Eigenlijk gingen ze door met wat ze aan het doen waren, zo leek het. Ik twijfelde of ik een berichtje aan mijn partner zou sturen. Zou ik hem misschien onnodig ongerust maken? Toch wel. Ook die leek het allemaal niet zo serieus te nemen: “Ja, t is bijna Sinterklaas”

Ik wachtte af wat er ging gebeuren. Nieuwe melding: “we gaan naar Maarssen en dan weer terug naar Utrecht”. En zo geschiedde. De trein arriveerde uiteindelijk op station Utrecht. We moesten het hier verder mee doen. Was het pakje echt verdacht of een grap? Het laatste zal wel het geval zijn geweest. Iedereen pakte zijn routine weer op en het leek alsof het er allemaal bij hoorde. Het voorval behoorde alweer tot het verleden. Ik merkte aan mijzelf dat ik toch alert was. Ik was meer op mijn omgeving gericht en scande de voorbijgangers. Nu ben ik altijd wel een nieuwsgierig type, maar nu bleef mijn blik haken op mannen met een Arabisch uiterlijk. Terwijl ik het nu schrijf bedenk ik me: ja, dat is het overlevingsinstinct. Mijn focus is gericht op het ontdekken van dreiging. De dreiging krijgt vanzelf een gestalte, karikatuur. Zo werkt dat in het brein: simpel zonder nuances. Terwijl ik scan, merk ik ook dat sommige mannen “onschuldig“ verklaard worden in mijn brein. Ze kijken heel vriendelijk. Niets te vrezen. Tegelijkertijd voel ik iets van compassie naar die “verdachten.” Hoe naar moet het zijn dat zij als mogelijke verdachten worden gezien. Ik zal vast niet de enige zijn. Voelen ze mijn taxerende blik?

Ik vind het naar dat ik die gedachten heb en dat vage gevoel van wantrouwen naar die onschuldige mensen. Ik ben niet gewend van mezelf dat ik reageer in de trant van “wij en zij”. Ik ben juist voor verbinding en overbruggen. Al schrijvend realiseer ik me dat het overlevingsmechanisme actief zijn werk deed in mij. Of dit bij mijn medereizigers ook zo was…..?

En nu….? Het gevoel van dreiging behoort alweer tot het verleden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*